Vanwaar de naam “De Marul”?

Een bijdrage van de Zonnebeekse Heemvrienden vzw

In de volksmond leeft de oude naam van de wijk “De Merul” of “De Marul” gelukkig voort.

De oerbevolking van de volkrijke wijk tussen Zonnebeke en Beselare had het 500 jaar terug over Merul. Het oudste document die we vonden hierover (1654) heeft het over “De Mierhul” of “De Mierhulle”. De exacte betekenis hiervan is een plaats gelegen op een hoogte (denk aan hill, hul zoals in Rozenhill in Reningelst, Wulfshulle in Poperinge, Hill 60 en Hil 62 te Zillebeke). Het was dus een zandige hoogte, vooral s’zomers, overvloedig bevolkt door mieren. Men kan de naam Marul ook verklaren als maarhul, dus een hul (=heuvel) waar de “mare” (=toverkol) huizeniert (denk aan de nabijheid van de toveresseparochie Beselare). Nog een andere mogelijke verklaring is een weinig vruchtbare heuvel(rug) eertijds, rijk aan moerassen en poelen (“maren”=vijver of meer).

Pas in 1757 verschijnt voor dezelfdewijk voor het eerst de naam “tmeulenaerelst” in geschriften. Deze naam evolueert tot Meulenaerelst of Meulenaers Elst of Meulenaer-Elst in de eerste helft van de 19de eeuw en Molenaer(s) Elst eind de 19de eeuw. Begin de 1900 krijgen we Molenaarselst.

In oude woordenboeken betekent Elst een bos met hoofdzakelijk elzenhout, hetzij in bomen of struiken. Er was in elk geval nogal wat bos in de wijk zoals: de Grote en de Kleine Bateman, links langs de Spilstraat richting Keiberg, de Griete langs de Ryselbosstraat en de Neeringen tussen de Foreststraat en de Beselarestraat.

Laat u helemaal niet verleiden om te denken aan een molen in of bij een bosje op de wijk en vandaar de verklaring van de naam van de wijk. Vooreerst (hoge) bomen en molens zijn helemaal geen vrienden van elkaar en molens vindt je dus nooit nabij een bos. Ook is het zo dat NOOIT een molen heeft gestaan op de Molenaarelst, nochtans een hooggelegen heuvelrug met goede ‘windvang’. Dit weten we heel zeker omdat molens tot 1795 altijd eigendom waren van abdijen of kasteelheren (heerlijkheden) en daar is voldoende literatuur over bekend om te weten waar ze stonden. Van later weten we echt wel alles. Een sluitende taalkundige of etymologische verklaring van het woord Molenaarelst kunnen we u niet bieden.

Zowat gans de wijk, in elk geval de blok tussen de Moorsledestraat en Spilstraat en tussen de Foreststraat en de Dragondestraat was van rond 1100 tot 1698 eigendom van de Heren van Rollegem (met kasteel te Zonnebeke, nu Vrije Basisschool) met opeenvolgend (door gebrek aan mannelijke erfgenamen) de families van Rollegem, van Moerkerke, van Halewine, van Leuwerghem, van der Gracht, de Vooght, en de Franse de Trammecourt. De laatste edelman Charles François heeft al zijn bezittingen en het kasteel verkocht aan de abdij in 1698.

De wijk (de blok) werd doormidden gesneden door de Dosselstraat (nu Beselarestraat). Die verharde weg liep van Broodseinde tot de Spilstraat. Dosselstraat komt van d’Horsestraat, dit betekent de straat breed genoeg voor de doorgang van een “horse” (=paard) met kar. De straat werd ook Waelstraat genoemd. In 1782 werd de straat in kassei gelegd en verlengdtot aan de Dadizelestraat te Beselare en ze werd vanaf dan de Steenweg naer Becelaere genoemd. Voorheen liep de hoofdweg van Zonnebeke naar Beselare via de huidige Berten Pilstraat, Plasstraat, Spilstraat, Oude Kortrijkstraat tot aan de Kruisstraete te Beselare.

In 1910 kreeg de wijk door toedoen van de Zonnebeekse pastoor E.H. Henri Ghyselen een wijkschool (Sint-Jozefschool). Er werd door de zusters Philomena en Marie-Antonine van het klooster te Zonnebeke les gegeven in twee klassen aan de jongens en meisjes van de wijk. Er hoorde ook een kapel bij het schoolgebouw en met speciale gelegenheden (Kerstmis, Pasen, Sint-Jozef,…) werd mis opgedragen in die kapel.

Op de wijk hebben ze hun eigen feesten. Op Onze-Lieve-Heer Hemelvaart was er Molenaarelst-kermis. Dat was bijna uitsluitend een vrouwenaangelegeheid want bijna alle mannen waren naar Frankrijk in seizoenarbeid. De bijzonderste feesten vielen in de herfst als de mannen terug thuis waren. De laatste zondag van oktober was het Broodeinde-ommegang, de zondag er na Meerlaan-ommegang en de tweede zondag van november Molenaarelst-Ommegang. Hierbij werd alle stof en miserie van de voorbije zware lente- en zomercampagne weggespoeld en vergeten. Dit nam wel de krotte en winterse ontbering niet weg. voeg daarbij dat er geen kermis voorbijging zonder stukgeslagen herbergmeubelen of vechtpartij. Dit waren de wetten van de Marul.

De Marullenaren waren een volk van briekenbakkers, zwingelaars, cichorei-ast-mannen, kloefkappers, aardewerkers, pensejagers, keuterboertjes en spellewerksters. Het is vooral een volk met een groot hart die voor elkaar door het vuur en op de vuist zou gaan. Ze staan met hun voeten stevig op de wereld maar het zijn wel gevoelsmensen met een warm-kloppend hart en het mes in de binnenzak