Handel en nering

“De Merul : een grote belangrijke wijk, door zijn ligging en eigen-aard eeuwenlang geïsoleerd van andere leefassociaties.” (Uit Zonnebeke voor 1914 deel II van Guido Vermeulen).
De Molenaarelst had alles van een kleine gemeente die volledig op zijn eigen kon leven. De handel bloeide hier zoals nergens elders. Kruidenierszaken, bloemenwinkel, bakker, slager, kleermaker, kolenhandelaars, fietswinkel, maalderij, houtzagerij, schoenwinkel enz…

Maar vooral de vele herbergen tonen aan dat hier het sociale leven van de gemeenschap primeerde. Op een bepaald moment waren hier wel negen herbergen tegelijk open. Allemaal namen die bij sommigen onder ons tal van herinneringen zullen naar boven brengen. Namen zoals Noordeinde, De Smisse, Pretoria, De Treurniet, De Spilstraat, ’t Leeuwke, De Molenaarelst, St Jozef, In de Wandeling, De Kroone, De Oude Wandeling, In Transvaal, De Perelaar, Het Zwaantje en zeker niet te vergeten Het Zagershof.

Wat in de 19de eeuw een zagerij was, groeide uit tot een herberg die het kloppend hart was van de Marulgemeenschap. Verenigingen zoals de Zeven Hoeden, Grensvink en de Lustige Kaarters hadden hier hun lokaal.

Hier zijn aan den toog de funderingen gelegd van onze hedendaagse wijkfeesten. Julia Mernout die de zaak al uitbaatte sedert 1961 zette er een definitief punt achter in 1984. De betere wegen en de komst van de auto en tv hebben de Molenaarelst uit zijn isolement getrokken en heden is hier geen enkele herberg meer te bespeuren. Het Zagershof was de oudste en de laatste herberg van de Marul.